Economische samenwerkingsagenda Blue Delta

Verdienen

Omvang Friese economie
In 2024 zijn er in Fryslân 77.430 vestigingen. Dat is 35 procent meer dan in 2015. In dezelfde periode steeg het aantal vestigingen landelijk met 51 procent. Er zijn in 2024 327.960 banen in Fryslân, dat is 17,4 procent meer dan in 2015. Landelijk steeg het aantal banen in dezelfde periode met 18,9 procent.

Sectorstructuur 
Gemeten in werkgelegenheid dan is de zorg- en welzijnssector is met 64.700 banen de grootse sector in Fryslân, gevolgd door de handelssector, zakelijke dienstverlening en industrie. Ook landelijk zijn dit de grootste sectoren. In vergelijking zijn de sectoren industrie, landbouw -en zorg & welzijn relatief groot in Fryslân. Bij de sectoren zakelijke dienstverlening, informatie/communicatie en vervoer is het omgekeerde het geval: het aandeel van deze sectoren in de werkgelegenheid is relatief kleiner in Fryslân.   

Specialisaties: locatiequotiënt 
De mate van specialisatie wordt gemeten aan de hand van het locatiequotiënt. Het locatiequotiënt geeft aan in hoeverre een regio is gespecialiseerd in een bepaalde sector. Het wordt berekend door het aandeel van een sector in de werkgelegenheid van een regio te delen door het aandeel van dezelfde sector in de nationale werkgelegenheid. Is het locatiequotiënt groter dan 100, dan is het gebied meer gespecialiseerd dan Nederland. Bij een locatiequotiënt groter dan 120 wordt gesproken van een regionale specialisatie.

In Fryslân is de landbouw met een locatiequotiënt van 197 een sterke specialisatie, gevolgd door de industrie (130). In Noordoost-Fryslân zijn de specialisaties: landbouw/visserij (312), Bouwnijverheid (196) en Industrie (160). In Noordwest-Fryslân zijn de specialisaties: Landboud/visserij (385), Industrie (162) en Bouwnijverheid (141). Leeuwarden heeft veel specialisaties: Financiële instellingen (274), Openbaar bestuur en overheid (185), Gezondheids- en welzijnszorg (142), Onderwijs (128) en Nutsbedrijven (125). Specialisaties van Zuidoost-Fryslân zijn: Landbouw (167), Industrie (154) en Gezondheids- en welzijnszorg (123). Specialisaties van Zuidwest-Fryslân zijn Landbouw/visserij (286), Industrie (153), Overige dienstverlening (137) en Horeca (120). Tenslotte is op de Friese Waddeneilanden de grootste specialisatie de sector Horeca (708), deze zeer hoge locatiequotiënt geeft duidelijk het belang van toerisme voor de economie van de Friese Waddeneilanden weer. Verder scoren Landbouw (179), Cultuur, sport en recreatie (170) en Vervoer en opslag (132) ook relatief hoog.

MKB-provincie
Het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) bestaat in deze monitor uit alle bedrijven tot 250 werknemers, zonder overheid, onderwijs, zorg, delfstoffenwinning en handel in onroerend goed. Er bestaat geen eenduidige definitie over het MKB. Veelal worden alle sectoren meegerekend tot 250 werkzame personen, maar dan zou vrijwel alles onder MKB vallen. Vaak wordt ook een maximale grens in omzet gehanteerd, maar deze is niet op bedrijfsniveau beschikbaar. Het is daardoor niet mogelijk hierop te selecteren. Er wordt gekeken naar afzonderlijke vestigingen, waardoor bijvoorbeeld alle Kruidvat vestigingen als MBK meetellen, terwijl ze gezamenlijk ook als grootbedrijf gezien kunnen worden. Het Friese MKB is goed voor 60,8 procent van de werkgelegenheid, tegenover 58,3 procent landelijk. Fryslân telt 57 bedrijfsvestigingen met minimaal 250 werknemers, het zogenaamde grootbedrijf. Deze zijn samen goed voor 8,3 procent van de Friese banen. Landelijk is het grootbedrijf goed voor 12,4 procent van de totale werkgelegenheid.

Een verdeling van het aantal vestigingen binnen het MKB en Grootbedrijf naar bedrijfsomvang laat zien dat dit in Fryslân niet veel verschilt van het landelijke beeld. Fryslân heeft relatief meer werkgelegenheid bij zelfstandige en microvestigingen en iets minder bij het Grootbedrijf.

Toegevoegde waarde 

Er is een fout geconstateerd in de berekening van de toegevoegde waarde, onderstaande informatie moet als indicatief worden beschouwd en zal binnenkort naar volledigheid worden bijgewerkt
Toegevoegde waarde is de waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). Gelet op de ontwikkeling van de toegevoegde waarde tegen contante prijzen (waarbij gecorrigeerd is naar inflatie) dan is te zien dat de Friese toegevoegde waarde tussen 2015 en 2024 met 23 procent is toegenomen. Deze toename is sterker dan de landelijk gemiddelde toename van 19 procent.

Voor de meest recente toegevoegde waarde wordt gekeken naar de toegevoegde waarde naar lopende prijzen. In 2024 bedroeg de toegevoegde waarde in Fryslân ruim € 29 miljard. In de tabel is te zien dat de sector zakelijke dienstverlening goed is voor bijna een vijfde van het Friese verdienvermogen. Industrie, handel en zorg hebben een aandeel van 12 procent in de toegevoegde waarde. In vergelijking met de landelijke economische verdeling is het verdienvermogen in de landbouw, industrie en bouw relatief groot in Fryslân. Ook het aandeel van overheid, onderwijs en zorg is relatief groot in Fryslân. Landelijk hebben met name de zakelijke dienstverleningen informatie en communicatie (o.a. ICT) een grotere rol in het verdienvermogen.

TW’24 (mln euro) Aandeel in totale TW ’24 (%)
A Landbouw/visserij 977 3,4
B Delfstoffenwinning 275 0,9
C Industrie 3.544 12,2
DE Nutsbedrijven 602 2,1
F Bouwnijverheid 1.843 6,3
G Handel en reparatie 3.514 12,1
H Vervoer en opslag 1.163 4
I Horeca 750 2,6
J Informatie en communicatie 639 2,2
K Financiële instellingen 1.448 5
LMN Zakelijke dienstverlening 5.801 20
O Openbaar bestuur en overheid 2.512 8,7
P Onderwijs 1.779 6,1
Q Gezondheids- en welzijnszorg 3.496 12
R Cultuur, sport en recreatie 306 1,1
STU Overige dienstverlening 388 1,3
Totaal 29.035 100


De toegevoegde waarde omgerekend naar baan bedraagt in Fryslân in 2024 € 86.480. Landelijk gemiddeld bedraagt de toegevoegde waarde per baan € 1.001.140.

Stuwende en verzorgende sectoren 
Een niet-stuwende sector houdt in dat het product met name gericht is op de eigen provincie en gevoelig is voor demografische verandering. Het werk wordt grotendeels door- en voor de eigen bevolking uitgevoerd. Stuwende sectoren zijn sectoren met bedrijven die minder afhankelijk zijn van de lokale bevolking omdat het afzetgebied (grotendeels) buiten de eigen regio ligt. Stuwende bedrijven kenmerken zich vaak door onderscheidende producten, verdienkracht en hoogwaardige werkgelegenheid.
In Fryslân is het aandeel van werkgelegenheid in de stuwende sectoren groothandel, zakelijke dienstverlening, transport en ICT relatief laag in vergelijking met het landelijk gemiddelde. De industriesector is daarentegen relatief groot in Fryslân. Ook de landbouw/agrofood is relatief groot in Fryslân en heeft tevens een groot aandeel in de Friese export. Kijkende naar het aandeel werkgelegenheid in stuwende versus verzorgende sectoren dan is het aandeel banen in stuwende sectoren landelijk met 50,2 procent wat hoger dan het aandeel van 46,9 procent in de provincie. Tussen 2015 en 2024 nam het aantal banen in stuwende sectoren met 16 procent en in verzorgende sectoren met 19 procent toe. Landelijk nam het aantal stuwende banen met 20 procent toe en het aantal banen in verzorgende banen steeg met 18%. De verhouding stuwende en verzorgende werkgelegenheid is hiermee nauwelijks gewijzigd.

Bron:

  • WRR-rapport nr. 107: Goede zaken. Naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen 
  • LISA werkgelegenheidsregister, provincie Fryslân. Zie voor meer informatie de Staat van Fryslân.
  • Fryslân Onderneemt! Een onderzoek naar de structuur en dynamiek van de Friese economie.

Definities:

 LISA (Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen) is een databestand met gegevens over alle vestigingen in Nederland waar betaald werk wordt verricht. De kerngegevens per vestiging hebben een ruimtelijke component (adresgegevens) en een sociaaleconomische component (werkgelegenheid en economische activiteit). De LISA cijfers van Fryslân worden beheerd en gemonitord door de provincie Fryslân en ingebracht in het landelijke LISA register. Meer provinciale LISA cijfers zijn te raadplegen in de Staat van Fryslân.

Vestigingen: 
Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.

Banen:
Het aantal banen heeft betrekking op het totaal aantal fulltimers, parttimers en uitzendkrachten. Fulltime: gemiddeld 12 uur of meer per week werkzaam. Parttime: gemiddeld minder dan 12 uur per week werkzaam. Vrijwilligers worden niet meegeteld.

Werkzame persoon is een arbeidskracht die beroepsmatig (een) betaalde activiteit(en) verricht op of vanuit de vestiging: meewerkende ondernemer/eigenaar (directeur, bedrijfshoofd), meewerkend gezinslid, zelfstandig beroepsbeoefenaar, werknemer, uitzendkracht. LISA vraagt in de werkgelegenheidsenquête naar het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheid statistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.

Toegevoegde waarde:
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De toegevoegde waarde is daarbij uitgedrukt in basisprijzen, de prijzen die door producenten zijn ervaren. Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe. Zie ook hier voor nadere toelichting.

Locatiequotiënt: Locatiequotiënt is een maatstaf voor de mate van specialisatie van bedrijvigheid in een regio en wordt berekend door het aandeel van een sector in de werkgelegenheid van een regio te delen door het aandeel van dezelfde sector in de nationale werkgelegenheid. Is het locatiequotiënt groter dan 100, dan is het gebied meer gespecialiseerd dan Nederland. Bij een locatiequotiënt groter dan 120 wordt gesproken van een regionale specialisatie.

MKB:
Er bestaat geen eenduidige definitie over het MKB. Veelal worden alle sectoren meegerekend tot 250 werkzame personen, maar dan zou vrijwel alles onder MKB vallen. Vaak wordt ook een maximale grens in omzet gehanteerd, maar deze is niet op bedrijfsniveau beschikbaar. Het is daardoor niet mogelijk hierop te selecteren. Er wordt gekeken naar afzonderlijke vestigingen, waardoor bijvoorbeeld alle Kruidvat vestigingen als MBK meetellen, terwijl ze gezamenlijk ook als grootbedrijf geteld kunnen worden.

Stuwende sectoren:  

Stuwend
A. Landbouw, bosbouw en visserij
B. Winning van delfstoffen
C. Industrie
F. Bouwnijverheid
H. Vervoer en opslag
J. Informatie en communicatie
K. Financiële instellingen
L. Verhuur van en handel in onroerend goed
M. Advisering, onderzoek, special. zakelijke dienstverlening
N. Verhuur van roerende goederen, overige zakel. dienstverl.
U. Extraterritoriale organisaties en lichamen
Afdeling 46. Groothandel

Verzorgende sectoren:
Verzorgend
D. Productie, distributie, handel in elektriciteit en aardgas
E. Winning/distributie van water; afval(water)beheer, sanering detailhandel; reparatie van auto’s
I. Logies-, maaltijd- en drankverstrekking
O. Openbaar bestuur, overheidsdiensten, sociale verzekeringen
P. Onderwijs
Q. Gezondheids- en welzijnszorg
R. Cultuur, sport en recreatie
S. Overige dienstverlening

Waardeketen:
Alle activiteiten (verdeeld over meerdere bedrijven) die nodig zijn om een product van ontwikkeling, ontwerp, grondstoffen, productie, marketing en distributie uiteindelijk bij de klant te krijgen.  

Voldoende veerkracht

Vernieuwen

Partners